|
Schofthoogte Reu 53 - 60 cm. Teef 51 - 56 cm. Gewicht Reu 21 - 27 kg. Teef 16 - 23 kg.
Verschijning Middelgrote werkhond. Goed conditie.
Aard Vriendelijk, levendig en alert. Hoofd Schedel: matig, iets gerond aan de bovenkant en geleidelijk smaller wordend van het breedste punt naar de ogen toe. Stop: duidelijke stop. Neusrug: recht. Snuit: middelmatig lang. Matig breed, geleidelijk smaller naar de neus. Neus: zwart bij grijze, bruine of zwarte honden; leverkleurig bij koperkleurige honden; kan vleeskleurig zijn bij zuiver witte honden.
Ogen Amandelvormig. Kleur: bruin of blauw zijn.
Oren Middelmatig groot, driehoekig en hoog op het hoofd geplaatst.
Mond Lippen: goed gepigmenteerd en nauw sluitend. Gebit: schaargebit.
Hals Matig lang.
Voorhand Voorbenen: van voren, staan de benen op een matige afstand van elkaar, evenwijdig en recht. Van opzij gezien staan de middenvoeten wat schuin. Het bot is stevig, maar nooit zwaar. De vijfde teen aan de voorbenen mag verwijderd worden.
Lichaam Borst: diep en krachtig; maar niet te breed. Ribben: goed gewelfd. Rug: recht en sterk. Matig lang. Lendenen: sterk en buigzaam. Kruis: helt iets.
Achterhand Van achteren gezien, staan de achterbenen op matige afstand evenwijdig van elkaar. Achterbeen: goed bespierd, laag aangezette hak. Hubertusklauwen, indien aanwezig, moeten verwijderd worden.
Voeten Ovaal, maar niet te lang. Matig groot, compact en goed behaard tussen de tenen en de voetzolen. Voetzolen zijn stevig, met dikke kussens.
Staart Goed behaarde, op een vossenstaart lijkende staart is iets beneden het niveau van de ruglijn aangezet en wordt gewoonlijk in een elegante boog boven de rug gedragen.
Kleur Alle kleuren van zwart tot zuiver wit zijn geoorloofd. Uiteenlopende aftekeningen op het hoofd zijn gebruikelijk.
Vacht Dubbel en matig. Ondervacht: zacht en dicht. Bovenvacht: recht, vlak.
Beweging Soepel en schijnbaar moeiteloos.
NB: Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.

|